Terug naar "Alle 14 goed"

13. DE POLDERMEID

(Tekst: Ferdi Schukking)

REFREIN:
Ik wil een meid uit de polder, een meid van het land
Zo'n mooie boerendochter, veel gevoel weinig verstand
van die krachtige benen, staan stevig in de klei
en die prachtige handen, ja zon Poldermeid ben jij.
Ik kwam je tegen in de disco, in het dorp verderop,
je lachte wat verlegen, ik gaf jou wat autodrop.
Het praten ging wat moeizaam, 't kwam niet echt van de grond,
achteraf is dat wel logisch met die dropjes in je mond.
REFREIN
We spraken over koetjes, verdronken kalf, een enkel schaap,
de lammen en de blinden van het huis, de knecht heet Jaap.
Er was nog wat verwarring over 't dempen van de put,
toen bleek het taalgebruik ons op te breken, dat was prut.
REFREIN
We liepen naar de fiets, ik dacht ik breng je even thuis,
je sprong ras achterop, je wilde mee tot aan de sluis.
Ik beukte en ik zwoegde trotseerd' een straffe tegenwind.
Wie stond daar reeds te wachten? Ja je pa ging door het lint.
Ik ben een stadse jongen, die niet zo goed begrijp,
dat stugge van die boeren, ze doen een beetje lijp
Ik ben een ielig ventje, beetje bleekjes om de neus,
toch hou ik van die dochter uit de polder, serieus!
REFREIN